NIVEAUTEST

Wil je zelf je niveau Spaans bepalen? Hieronder kan je meteen aan de slag.

A1 niveau

1. Ik ben Nederlander

Soy Holanda
Soy holandés/a
Estoy holandés/a

2. ¿Cómo _______________? (Hoe heet je?)

te llamas
llamas
te llamo

3. _______ casa es grande. (Ons huis is groot)

Nuestro
Nuestra
Nuestros

4. Vosotros ______ a las 8. (Jullie ontbijten om 8 uur)

desayunas
desayunan
desayunáis

5. ¿____ años tienes? (Hoe oud ben je?)

Cuántos
Cuántas
Cuándo

6. Ellas ____ profesoras. (Zij zijn leraressen)

son
están
tienen

7. Hoy ______ mucho frío. (Het is erg koud vandaag)

es
hace
tiene

8. Me gustan ____ perros. (Ik hou van honden)

el
los
las

9. ¿Dónde ______ el baño? (Waar is de badkamer?)

es
tiene
está

10. Yo ____ al cine. (Ik ga naar de bioscoop)

voy
va
vas

Spaans Grammatica Test A1

Kies het juiste antwoord voor elke grammaticaal vraag.

1. "Ik kom uit Nederland" (Herkomst)



2. "De tafel" (Vrouwelijk woord)



3. "Wij zijn in de klas" (Locatie)



4. "De rode auto's" (Meervoud)



5. "Hoe heet jij?"



6. "Ik heb 20 jaar" (Leeftijd)



7. "Mijn boek"



8. "Waar woon je?"



9. "Een jongen en een meisje"



10. "Ik hou van appels"



Spaans Grammatica Test A2

1. "Gisteren ben ik naar de bioscoop gegaan"



2. "Heb je deze ochtend al koffie gedronken?"



3. "De appel is nog niet rijp (groen)"



4. "Dit cadeau is voor jou"



5. "Op dit moment ben ik aan het lezen"



6. "Ik zie de film" -> "Ik zie hem"



(Nota: film/película es femenino, elige el pronombre correcto)

7. "Madrid is groter dan Valencia"



8. "Toen ik klein was, speelde ik veel"



9. "Je moet meer water drinken"



10. "Volgende week gaan we op reis"



Spaans Grammatica Test B1

Focus op de Subjuntivo, verleden tijden en connectoren.

1. "Ik hoop dat je een fijne dag hebt"



2. "Terwijl ik sliep, ging de telefoon"



3. "Ik denk niet dat het morgen gaat regenen"



4. "Toen ik aankwam, was de film al begonnen"



5. "Ik zou graag naar Spanje reizen" (Beleefdheid)



6. "Ik geef je dit boek zodat je kunt studeren"



7. "Het meisje met wie ik praat is mijn zus"



8. "Volgend jaar zal alles anders zijn"



9. "Ik woon hier al drie jaar"



10. "Men spreekt Spaans in dit kantoor"



(Foutje? "Se habla" es lo correcto si es singular)

Spaans Grammatica Test B2

Beheersing van complexe structuren, nuances en de Subjuntivo.

1. "Ik wilde dat je naar het feest kwam" (Onvervulde wens)



2. "Ook al regent het morgen, ik ga naar het strand" (Onzekerheid)



3. "Als ik meer geld had, zou ik een huis kopen"



4. "Die man is erg slim" (Karakter)



5. "Het kan zijn dat ze te laat komen"



6. "Ik heb het hem gegeven"



7. "Dat is de reden waarom ik niet gekomen ben"



8. "Hij is plotseling erg rijk geworden"



9. "Zodra ik aankom, bel ik je" (Toekomst)



10. "Hij zei: 'Ik zal er zijn'" -> Hij zei dat...



Spaans Grammatica Test (Niveau C1)

Beheersing van nuances, complexe zinsstructuren en gevorderde modi.

1. "Waar je ook heen gaat..." (Juridisch/Formeel)



2. "Als ik het had geweten, zou ik niet zijn gegaan"



3. "Niet omdat ik het wil, maar omdat het moet"



4. "De sleutels zijn kwijtgeraakt (per ongeluk)"



5. "Het is in Parijs waar ze elkaar ontmoet hebben"



(Correcte concordantie van de tijd)

6. "Ik heb het boek aan Juan gegeven"



7. "Ondanks de regen gingen we wandelen"



8. "Het feit dat hij niet komt, verbaast me"



9. "Hij praatte rustig en langzaam"



10. "Hoeveel je ook studeert, je leert nooit alles"



Usa el código con precaución. Elementos de maestría evaluados (C1): Diferenciación de causa real/negada: Uso del subjuntivo con "no porque... sino porque". Infinitivos compuestos: Estructuras condicionales implícitas ("De haberlo sabido"). Se de involuntariedad: La estructura "Se me perdió" para indicar falta de responsabilidad. Estructuras de relativo: Dominio de "por la cual" y "el que" como sujeto. Adverbios en serie: Regla gramatical de no repetir "-mente" en adjetivos coordinados. Concesividad avanzada: Uso de "Pese a" y "Por mucho que" con subjuntivo. ¿Te gustaría que finalicemos la serie con el nivel C2 (Maestría), donde el enfoque sea meramente estilístico, literario y con usos idiomáticos de alta complejidad? Las respuestas de la IA pueden contener errores. Más información

Spaans Grammatica Test  C2

Focus op lexicale precisie, idiomatische uitdrukkingen en verfijnd taalgebruik.

1. "Hij nam de beslissing onmiddellijk" (Zonder aarzelen)



2. "De geur van natte aarde na de regen" (Specifiek woord)



3. "Hij is erg trots en kijkt op anderen neer"



4. "Kortom / In een notendop" (Formeel/Literair)



5. "Hij heeft veel schade aangericht" (Rijk vocabulaire)



6. "Iets dat van korte duur is"



7. "Het gaat om leven of dood / Tot het uiterste"



8. "In het geval dat..." (Zeer formeel)



9. "Iemand die erg gierig is" (Literair)



10. "Hij spreekt met veel welbespraaktheid"